Geschiedenis

Geschiedenis van het christendom in Nederland

Het christendom in Nederland kent een geschiedenis van bijna tweeduizend jaar. De eerste sporen dateren uit de Romeinse tijd, toen Romeinse soldaten en handelaren het christelijke geloof meebrachten naar de Lage Landen. Na de val van het Romeinse Rijk brachten missionarissen als Willibrord (de 'apostel der Friezen', aangekomen in 690) en Bonifatius het evangelie naar de Germaanse en Friese stammen. Utrecht werd het centrum van de kerstening. In de middeleeuwen was de katholieke kerk alomtegenwoordig. Kloosters als die van de Benedictijnen en Norbertijnen werden centra van onderwijs, landbouw en cultuur. De Moderne Devotie, ontstaan in Deventer rond Thomas a Kempis, vernieuwde het geestelijk leven in de 15e eeuw. De Reformatie in de 16e eeuw verdeelde Nederland ingrijpend. Het noorden werd overwegend calvinistisch, het zuiden bleef katholiek. Deze tweedeling bepaalde eeuwenlang de Nederlandse identiteit. In de 19e eeuw leidde de Afscheiding (1834) en de Doleantie (1886) tot nieuwe gereformeerde kerkverbanden. De 20e eeuw bracht de verzuiling en vervolgens de snelle secularisatie vanaf de jaren 1960. Vandaag is Nederland een van de meest geseculariseerde landen ter wereld, maar met een verrassend divers kerkelijk landschap waarin ook migrantenkerken en nieuwe geloofsgemeenschappen floreren.

Advertentie