Geschiedenis

Schuilkerken

Schuilkerken zijn verborgen kerkruimten die werden ingericht in de periode dat de openbare uitoefening van het katholicisme verboden was in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Na de Reformatie en de overgang naar het calvinisme als bevoorrechte godsdienst (eind 16e eeuw) mochten katholieken, lutheranen, doopsgezinden en remonstranten hun geloof niet meer openlijk belijden. In de praktijk werd de handhaving van dit verbod oogluikend toegestaan, mits de eredienst niet zichtbaar was vanaf de straat. Zo ontstonden de schuilkerken: aan de buitenkant onherkenbaar als kerkgebouw, maar van binnen ingericht als volwaardige gebedsruimten. Veel schuilkerken bevonden zich op zolders van woonhuizen, in pakhuizen of achter gewone gevels. Het beroemdste voorbeeld is Ons' Lieve Heer op Solder in Amsterdam (nu Museum Ons' Lieve Heer op Solder), een zolderkerk uit 1663 die drie grachtenpanden beslaat. In vrijwel elke Nederlandse stad zijn sporen van schuilkerken terug te vinden, vaak herkenbaar aan onverwacht grote ruimten achter smalle gevels. Pas met de grondwet van 1848, die volledige godsdienstvrijheid garandeerde, konden katholieken en andere minderheden weer openlijk kerken bouwen. Dit leidde tot een golf van kerkbouw in de tweede helft van de 19e eeuw, met name in neogotische stijl. De schuilkerken herinneren aan een bijzonder hoofdstuk in de Nederlandse religieuze geschiedenis.

Advertentie