Kloosters in Nederland
Het kloosterleven heeft in Nederland een rijke geschiedenis die teruggaat tot de vroege middeleeuwen. Vanaf de 7e eeuw stichtten Benedictijnen, Norbertijnen en Cistercienzers kloosters die centra werden van gebed, onderwijs, landbouw en cultuur. De Abdij van Egmond (gesticht rond 950) is het oudste klooster van Nederland. In de late middeleeuwen bloeide het kloosterleven met de Moderne Devotie, een vernieuwingsbeweging die rond 1380 in Deventer ontstond. Thomas a Kempis, de vermoedelijke auteur van De Navolging van Christus, was een van de bekendste vertegenwoordigers. De Broeders en Zusters des Gemenen Levens legden nadruk op innerlijk geloof en praktische naastenliefde. De Reformatie in de 16e eeuw betekende het einde van het kloosterleven in het protestantse noorden. Kloosters werden gesloten en hun bezittingen geconfisqueerd. In het katholieke zuiden bleven kloosters bestaan, en na de grondwet van 1848 volgde een nieuwe bloei met tientallen nieuwe stichtingen. Vandaag telt Nederland nog enkele tientallen actieve kloostergemeenschappen, waaronder de Benedictijnen in Vaals en Egmond, de Trappisten in Koningshoeven (bekend van La Trappe-bier), de Franciscanen en diverse vrouwelijke contemplatieve gemeenschappen. Hoewel de meeste bewoners op hoge leeftijd zijn, openen steeds meer kloosters hun deuren voor gasten die een retraite zoeken.
Advertentie