We kennen binnen het christendom eigenlijk twee soorten feestdagen. De feestadgen
van het kerkelijk jaar die op deze pagina worden uitgelegd. Dit zijn feestdagen die
verwijzen naar het Nieuwe Testament. Deze feestdagen zijn niet door God ingesteld,
maar door mensen. In de Bijbel geeft God echter ook opdracht om feesten of hoogtijdagen
te vieren, Dit zijn de feesten van het Oude Testament. Deze zijn uitgewerkt op de
pagina Bijbelse Feesten. Hier wordt ook duidelijk uitgewerkt hoe de Bijbelse feesten
hun vervulling krijgen in de kerkelijke feesten zoals wij die meestal goed kennen.
Het kerkelijk jaar kent verschillende feestdagen. Gebruikelijk begint het kerkelijk
jaar op de eerste zondag van advent.
Advent: is afgeleid van adventus wat ‘komst’ betekent en is de tijd van voorbereiding
op het kerstfeest, de tijd van verwachting van de komst van de Here Jezus, maar ook
de verwachting van Zijn wederkomst. Advent begint op de eerste zondag die valt tussen
27 november en 3 december en duurt altijd vier weken. Op de adventszondagen worden
afhankelijk van de adventszondag, één, twee, drie of vier kaarsen ontstoken.
Kerst: Op 25 en 26 december men viert het feest van de geboorte en komst van Jezus
Christus in Betlehem. De Oosters Orthodoxe Kerkhouden dit feest twee weken later
omdat daar de Juliaanse kalender wordt gebruikt. In de Rooms Katholieke Kerk wordt
gesproken van “Kerstmis” terwijl in de Protestantse kerken van Kerstfeest wordt gesproken.
In veel kerken wordt op in de nacht van 24 op 25 december de “Kerstnachtdienst” gehouden.
De data (25 en 26 december) van Kerst moet niet gezien worden als de echte geboortedag
of verjaardag van Jezus Christus. Deze data zijn pas later in de vierde eeuw van
onze jaartelling door Constantijn de Grote officieel vastgesteld.
Drie koningen / Epifanie: Feestdag van de Katholieke kerk gehouden zo mogelijk op
6 januari, wanneer deze dag op een werkdag valt, dan op de eerste zondag na 1 januari.
Drie koningen ofEpifaniewordt wel het feest van de Openbaring van de Heer genoemd
bedoeld om de verschijning van het vlees geworden woord te vieren. De aanbidding
van de wijzen wordt gevierd omdat daarmee de bekendmaking van Christus aan de wereld
herdacht wordt.
Carnaval: Feest voornamelijk gevierd door Katholieken. Carnaval is een eet en drinkfestijn
voorafgaand aan aswoensdag en de daaropvolgende vastentijd waarin men zich voorlopig
voor het laatst te goed kan doen aan overmatig eten en drinken.
Aswoensdag: Het zichtbare kenmerk van vasten en inkeer dat aangebracht wordt op het
voorhoofd van de Katholieke gelovige op de woensdag na carnaval die tevens het begin
van de vastentijd of 40-dagentijd. De as wordt gemaakt van de verbrande takken van
Palmzondag van het voorafgaande jaar.
Biddag/Dankdag: Biddagvoor gewas en arbeid is een dag waarin de de gemeente bijeenkomt
om de zegen van God te vragen over de arbeid en de gewassen die mogen groeien dan
wel het eten wat we van het geld dat we daarmee verdienen kunnen kopen. Dankdag is
de dag dat God gedankt wordt voor de zegeningen die we mede door onze arbeid mochten
ontvangen. Traditioneel wordt er een speciale collecte gehouden waarin meestal gul
gegeven wordt. In de PKN wordt dit in veel kerken op een zondag in het voorjaar(biddag)
en najaar (dankdag)gedaan in andere, meestal meer Reformatorische kerken gebeurt
dit op een woensdag in het voorjaar (biddag) en in het najaar (dankdag) waar dan
twee maal op die dag een kerkdienst wordt gehouden. Sommige reformatorische scholen
geven deze dag ook geen lessen.
40-dagentijd / vastentijd: In de Protestantse kerken wordt deze tijd van inkeer
en bezinning de 40-dagentijd genoemd in de Katholieke kerken de vastentijd. Het is
de tijd van 40 dagen voorafgaand aan het lijden en sterven en de opstanding van
Jezus Christus.
Witte donderdag: De dag waarop de Rooms Katholieke Kerk de instelling van de eucharistie
herdenkt en de voetwassing van de discipelen door de Heer Jezus Christus. De benaming
‘wit’ komt van het feit dat alle kruisbeelden en andere beelden met een wit laken
bedekt zijn. Het is de laatste dag voor Pasen waarop het orgel bespeeld mag worden
en de klokken geluid mogen worden.
Goede vrijdag: De dag waarop alle kerken de kruisdood van Jezus Christus gedenken
op Golgotha. Goede vrijdag is de droevigste feestdag van het kerkelijk jaar. Toch
wordt deze dag ‘goed’ genoemd om erop te wijzen dat Jezus is gestorven om de mensen
van de zonden te verlossen.
Stille zaterdag: De zaterdag tussen het sterven (Goede vrijdag) en de opstanding
(Pasen) in waarop Jezus in het graf lag.
Pasen: Het feest van de ‘opstanding’ of ‘verrijzenis’ van Jezus Christus uit de dood.
Het Paasfeest is het belangrijkste christelijke feest waarop de overwinning op de
dood , door Jezus Christus, gevierd wordt. De oorsprong ligt in het Joodse Pesachfeest.
Op dit feest, waarop de Joden de uittocht uit Egypte herdenken onder leiding van
Mozes, werd een offerlam geslacht. Het bloed van dat lam moest op de deurpost gesmeerd
worden waardoor de engel des doods het huis niet zou bezoeken. Het bloed van het
lam staat dus voor leven maar ook voor bevrijding, omdat de farao, de toenmalige
heerser over Egypte, het volk Israël toen echt liet gaan. Ook Jezus is ten tijde
van het Joodse Pesachfeest gekruisigd maar drie dagen later is Hij ook opgestaan.
Hierdoor wordt ook Jezus wel het offerlam, het Lam of het Lam Gods genoemd dat de
zonde van de wereld wegneemt. Ook hierin zien we het thema van verlossing en bevrijding
terug. Het Paasfeest wordt gevierd op de eerste zondag na de eerste volle maan na
het begin van de lente op 21 maart.
Hemelvaartsdag: Wordt gevierd op de veertigste dag na Pasen en men gedenkt dan dat
Jezus Christus naar Zijn Vader in de hemel is gegaan (Handelingen 1:9). Hemelvaartsdag
valt altijd op donderdag.
Pinksteren: Wordt gevierd op de vijftigste dag na Pasen en tien dagen na Hemelvaartsdag.
Voor Zijn Hemelvaart had Jezus beloofd dat de Trooster, de Geest van God of Heilige
Geest, zou komen. Op de vijftigste dag tijdens het Joodse Wekenfeest waren de discipelen
bijeen om een opvolger te benoemen voor Judas die Jezus verraden had. Tijdens deze
bijeenkomst kwam er een geluid als van een harde wind en verdeelden tongen als van
vuur op de discipelen en werden zij vervuld van de Heilige Geest (handelingen 2:1-4).
Onder invloed van de gave van de Heilige Geest konden zij in vreemde talen spreken
over het verlossende werk van Jezus Christus en konden ook vreemdelingen in Jeruzalem,
ieder in zijn eigen taal, deze boodschap horen. Tijdens het eerste Pinksterfeest
kwamen, o.a. door de toespraak van Petrus, 3000 mensen tot geloof.
Hervormingsdag: Hervormingsdag is de gedenkdag van de Protestantse kerken op 31 oktober.
Op deze dag herdenkt men dat Maarten Luther op 31 oktober 1517 zijn 95 stellingen
tegen de Rooms Katholieke Kerkophing aan de kerk van Wittenberg in Duitsland. Hiermee
begon de Hervorming/Reformatie wat het begin van het Protestantisme betekende en
een definitieve breuk met de Rooms Katholieke Kerk.
Allerheiligen: Feestdag van de Katholieke kerk wordt gevierd op 1 november. Op Allerheiligen
wordt gedacht aan alle heiligen en martelaren uit de kerkgeschiedenis. Ook zijn er
nog zeer vele heiligen die ieder hun eigen feestdag hebben. Een heilige krijgt een
feestdatum, een heiligendag een dag waarop deze heilige speciaal vereerd wordt.
Allerzielen: Dag van gebed van de Katholieke kerk gehouden op 2 november. Op Allerzielen
bidt men voor hen die overleden zijn en wellicht nog niet bij de Heer zijn. Men gelooft
dat het bidden voor de overledene tot resultaat kan hebben dat deze van de zonde
wordt vrijgesproken. Op Allerzielen bezoekt men zo mogelijk het graf van de overledene.